Neerslagradar, hoe werkt een neerslagradar of buienradar

De neerslagradar geeft aan waar en met welke intensiteit neerslag valt. Met behulp van de neerslagradar is dus te bepalen waar in het land het nog droog is en waar niet. In Nederland maakt het KNMI  neerslagradarbeelden via radarstations die in de Bilt en Den Helder staan opgesteld. De gegevens hiervan worden via websites als buienradar.nl verspreid.

Op de neerslagradar beelden wordt middels kleuren onderscheidt gemaakt in de intensiteit van de bui. Tevens wordt meestal bliksem en hagelwaarnemingen getoond. De neerslagradar (ook wel buienradar genoemd) wordt veel gebruikt bij het opstellen van een weerbericht. De neerslagradar maakt niet alleen buien zichtbaar, maar alle vormen van neerslag (regen, sneeuw, ijzel en ijsregen).

Een serie beelden over een bepaalde periode laat zien of de intensiteit van de neerslag verandert en hoe de buien of neerslaggebieden zich verplaatsen. Radarsystemen kunnen ook windgegevens opleveren, zowel van windrichting als windsnelheid. Een neerslagradar is een rondzoekradar voor het waarnemen van neerslag. De antenne zendt een pulsvormig radiosignaal uit dat voor een deel door neerslag wordt weerkaatst. Uit de richting van de antenne en uit de tijd die verloopt tussen het uitzenden van de puls en de ontvangst van de echo's volgt de positie van neerslaggebieden.

Op een beeldscherm worden die gebieden getoond met een landkaart als achtergrond. Lichte en zwaardere neerslag worden onderscheiden door verschilende kleuren te gebruiken. Een serie radarbeelden met tussenpozen van bijvoorbeeld een kwartier laat zien of de buien zwaarder worden en hoe ze zich verplaatsen. De informatie wordt gebruikt voor neerslagverwachtingen tot enkele uren vooruit. Zo kan men soms tot op enkele minuten nauwkeurig aangeven wanneer het ergens gaat regenen of wanneer de regen ophoudt.

Het gebruik van de neerslagradar kwam in de tweede helft van de vorige eeuw tot ontwikkeling. Het KNMI kreeg in 1959 zijn eerste neerslagradar op de luchthaven Schiphol, in 1962 gevolgd door De Bilt. In de jaren tachtig werden dat digitale radars en sinds 1989 verloopt de waarneming automatisch. Radarbeelden worden gebruikt door diverse instanties op het gebied van luchtvaart, scheepvaart, recreatie, landbouw, verkeerspolitie en waterstaat. De Nederlandse radargegevens worden sinds 1990 ook opgenomen in een Europees radarbeeld. In 1996 en 1997 zijn nieuwe radars geïnstalleerd bij de Koninklijke Marine in Den Helder en op de toren van het KNMI in De Bilt. Dankzij dit radarsysteem zijn de beelden een stuk scherper en gedetailleerder geworden.

(bron: KNMI en diverse literatuur)